Inleiding
De romaanse kunst van de 11de en 12de eeuw in Bourgondië is van grote en invloedrijke betekenis geweest, niet alleen voor Frankrijk, maar voor heel Europa. De hoogtepunten van romaanse architectuur en beeldhouwkunst treft men dan ook aan in Bourgondië. Hoofdrolspeler is de Benedictijner Orde van Cluny die met haar ruim duizend dochterabdijen, verspreid over alle streken van West-Europa, een zeer belangrijke religieuze, politieke en artistieke factor is geweest. De derde abdijkerk van Cluny (ingewijd in 1130) was de grootste van het toenmalige Christendom. Het bouwplan werd in vele andere kerken nagevolgd. De kerk met alle luxe vormde een ongeëvenaard hoogtepunt van de romaanse architectuur en was buitengewoon rijk versierd met beeldhouwwerk (timpaan en kapitelen), muurschilderingen en edelsmeedwerk.
De kerk was een demonstratieve uiting van de kloosterlijke macht en rijkdom.
Het klooster met zijn kerk bleef bestaan tot aan de Franse Revolutie, waarna slechts een bescheiden gedeelte bewaard bleef. Dankzij de zeer tot de verbeelding sprekende recon-structies (samen met enkele bewaard gebleven restanten) kunnen we ons toch nog een beeld vormen van het oorspronkelijke geheel. Gelukkig vond de kerk van Cluny op kleinere schaal veel navolging in diverse kerken, zoals o.a. de St.-Lazare te Autun en de kerk van Paray-le-Monial.
De kerk was een demonstratieve uiting van de kloosterlijke macht en rijkdom.
Het klooster met zijn kerk bleef bestaan tot aan de Franse Revolutie, waarna slechts een bescheiden gedeelte bewaard bleef. Dankzij de zeer tot de verbeelding sprekende recon-structies (samen met enkele bewaard gebleven restanten) kunnen we ons toch nog een beeld vormen van het oorspronkelijke geheel. Gelukkig vond de kerk van Cluny op kleinere schaal veel navolging in diverse kerken, zoals o.a. de St.-Lazare te Autun en de kerk van Paray-le-Monial.In de 12de eeuw ontstond er een tegenbeweging: niet de luxe en uiterlijke schoonheid van de architectuur waren belangrijk, maar wel het innerlijke gebed en het noeste werken op het land. Vanuit dit ideaal splitste de Cisterciënzerorde zich in 1098 af van de orde van Cluny.
Ook deze nieuwe orde bleek zeer succesvol te worden. De belangrijkste figuur was Bernardus van Clairvaux. Hij gaf vroomheid een nieuwe diepgang door extreme soberheid. In 1118 stichtte Bernardus in Bourgondië de abdij van Fontenay. Soberheid en ascetische eenvoud vormen de belangrijkste kenmerken van de architectuur van de kloosterkerk (ingewijd in 1147) en de kloostergebouwen. Het kloosterplan vormde een ‘ideaal schema’ dat voor honderden andere kloosters in Europa als voorbeeld diende en is daarmee het meest gave, authentieke voorbeeld van de architectuur van deze grote Bourgondische hervormingsorde uit haar ontstaanstijd.
Ook deze nieuwe orde bleek zeer succesvol te worden. De belangrijkste figuur was Bernardus van Clairvaux. Hij gaf vroomheid een nieuwe diepgang door extreme soberheid. In 1118 stichtte Bernardus in Bourgondië de abdij van Fontenay. Soberheid en ascetische eenvoud vormen de belangrijkste kenmerken van de architectuur van de kloosterkerk (ingewijd in 1147) en de kloostergebouwen. Het kloosterplan vormde een ‘ideaal schema’ dat voor honderden andere kloosters in Europa als voorbeeld diende en is daarmee het meest gave, authentieke voorbeeld van de architectuur van deze grote Bourgondische hervormingsorde uit haar ontstaanstijd.Saulieu
De kerk van Saulieu is gewijd aan de heiligen Andoche, Thyrsis en Felix die in 177 in Saulieu de marteldood zijn gestorven. Aan het begin van de 12de eeuw werd begonnen met de bouw van de huidige kerk, in opdracht van de bisschop van Autun. In 1119 werd de kerk ingewijd door Paus Callixtus II (dit betreft waarschijnlijk het koor). De bouw werd ca. 1140/1150 voltooid.
Hoe de koorpartij er oorspronkelijk heeft uitgezien is niet geheel duidelijk. In het midden van de 14de eeuw werden koor en transept door de Engelsen verwoest en in 1704 vervangen door een nieuw koor met absis. Het oorspronkelijke westportaal werd verwoest tijdens de Franse Revolutie en in de negentiende eeuw vervangen door een neoromaans portaal.
De wandopbouw en het gewelf van het schip zijn van het type zoals we dat aantreffen in de St. Lazare te Autun: spitsbogige scheibogen, een blindtriforium met lichtbeuk en een spitsbogig tongewelf.
De kerk is vooral beroemd vanwege de figuratieve kapitelen, die niet zoals in Autun op pilasters zijn geplaatst, maar op halfzuiltjes.
Ze zijn stilistisch van zeer hoge kwaliteit en laten een zeer bijzondere iconografie zien, zoals ondermeer de profeet Balaäm, de Vlucht naar Egypte, de Verzoeking van Christus in de woestijn, de drie Maria’s op Paasmorgen, de zelfmoord van Judas en een ‘Noli me tangere’-voorstelling.
Autun
In 1120 werd begonnen met de bouw van de Lazaruskerk. De kerk, thans kathedraal, was oorspronkelijk bedoeld om te functioneren als grafkerk en pelgrimskerk voor het gebeente van de heilige Lazarus. De overbrenging van deze relieken vanuit de toenmalige kathedraal (gelegen naast de nieuwe Lazaruskerk, maar thans niet meer bestaand) vond plaats in 1147. In het koor van de kerk werd tussen 1170 en 1189 een groot imitatiegraf gebouwd met een hoogte van ruim zeven meter en met bijna levensgrote beelden. Dit graf werd, evenals het romaanse noordportaal in de 18de eeuw afgebroken. De indrukwekkende restanten (o.a. de beroemde Eva van het noordportaal en de figuren van de graftombe) worden bewaard in het Musée Rolin.

Het schip van de kerk is een imitatie op keinere schaal van het schip van de abdijkerk van Cluny (spitsbogige scheibogen, blindtriforium, lichtbeuk en spitsbogig tongewelf). Het voorbeeld voor het triforium en de pilasters vond men in de Romeinse architectuur (bijvoorbeeld de Porte d’Arroux in Autun). De kerk is beroemd vanwege de 49 romaanse figuratieve kapitelen die enerzijds in de kerk zelf te bewonderen zijn, maar anderzijds - van zeer nabij - te zien zijn in de ‘salle capitulaire’.
Groots en indrukwekkend is het westelijke timpaan met de voorstelling van het Laatste Oordeel. 

Bijzonder is dat de maker van dit timpaan, Gislebertus, zijn werk heeft gesigneerd. Ook veel van de kapitelen worden aan de hand van deze meester toegeschreven.
Vézelay
In 859 werd aan de voet van de heuvel, waar nu het plaatsje St. Père s/s Vézelay ligt, een klooster gesticht door Girard de Roussillon. Nadat dit klooster in 873 was verwoest door de Noormannen, herbouwde men een nieuwe kerk en een nieuw klooster op de heuvel van Vézelay.
.jpg)
Volgens een legende heeft in deze periode de monnik Badilon de beenderen van de heilige Maria Magdalena uit Aix-en-Provence opgehaald. In het midden van de elfde eeuw wordt de aanwezigheid van deze relieken door de Paus bevestigd.
In de periode 1096-1104 bouwde men een nieuw koorgedeelte (vervangen in 1185). Het negende-eeuwse schip bleef staan, maar in 1120 op de vooravond van het feest van Maria Magdalena (21 juli) brandde dit schip af waarbij meer dan 1000 pelgrims om kwamen. In de periode 1120-1140 vond de herbouw van het schip plaats. Dit schip vormt een van de absolute hoogtepunten van de romaanse architectuur. De combinatie van een graatgewelf/kruisgewelf met een lichtbeuk is zeer bijzonder en op deze schaal uniek. Deze magistrale pelgrimskerk is daardoor helder en stralend als een tastbaar bewijs dat romaanse architectuur in wezen niets van doen heeft met de vooroordelen van “donker” en “gesloten”.
De narthex werd gebouwd in de periode 1140-1150, spoedig gevolgd door de bouw van een nieuw koor en transept tussen 1185-1215 en een nieuwe westgevel rond 1250.
In 1279 werden de zogenaamde “ware” relieken van Maria Magdalena ontdekt in St.-Maximin (Provence). Dit leidde het verval in van Vézelay als pelgrimsplaats en het verval van de kerk. Dankzij de grootse restauratie, begonnen in 1859, door Viollet-le-Duc is deze kerk behouden gebleven. Vézelay, prachtig gelegen op een heuvel, staat terecht op de wereld-erfgoedlijst van de Unesco. De kerk is beroemd vanwege het bijzondere westelijke timpaan in de narthex met een voorstelling van de ‘uitzending van de apostelen’ met rondom afbeeldingen van alle vreemde volkeren die men toentertijd kende en de voorstellingen van de sterrenbeelden en de werken van de
maand.
.jpg)
Daarnaast hebben ook de zijportalen gebeeldhouwde timpanen en treffen we in de kerk ruim honderd figuratieve kapitelen met een bijzondere en unieke voorstelling aan.
Auxerre
De abdijkerk Saint-Germain
De stad Auxerre is ontstaan uit een Keltische nederzetting en een latere Gallo-Romeinse stad. Auxerre is de geboorteplaats van de Heilige Germanus (St. Germain), bisschop van Auxerre, naar wie de abdij is vernoemd.

In de kerk van deze abdij is in 448 het lichaam van de heilige Germanus bijgezet, nadat deze in Ravenna was overleden. De huidige kerk is gebouwd in de periode van de 13de - 15de eeuw. Onder het koor van de kerk ligt de crypte die nog dateert uit de 9de eeuw (alleen met een gids te bezoeken). In deze ruimte liggen de H. Germanus en andere bisschoppen begraven. Het centrale deel wordt gedragen door vier Gallo-Romeinse zuilen. De muren zijn bedekt met fresco’s die de oudst bewaarde fresco’s in Frankrijk zijn. De voorstellingen zijn een belangrijk document voor de kennis van de Karolingische schilderkunst met onder andere drie scènes uit het leven van de heilige Stefanus. 

De kathedraal St.-Étienne
De grote gotische kathedraal Saint-Étienne (H. Stefanus) kende drie voorgangers, van welke de eerste al in de 5de eeuw gebouwd werd. Van de romaanse kerk is nog de crypte uit de 11de eeuw bewaard gebleven. In deze crypte kan men een bijzonder fresco uit ca. 1100 aanschouwen met een unieke voorstelling van een gevleugelde Christus te paard.
De bouw van de kathedraal startte omstreeks 1215. Het koor werd spoedig voltooid (ca. 1234) maar pas op het eind van de 14de eeuw werd het schip voltooid. Het koor bevat een groot aantal gebrandschilderde ramen, de omvangrijkste cyclus uit de 13de eeuw na Chartres en Bourges. De portalen van de hoofdfaçade zijn rijk versierd en stammen uit de 13de en 14de eeuw. Ze zijn indrukwekkend door hun mooie sculpturen en interessante reliëfs.
De bouw van de kathedraal startte omstreeks 1215. Het koor werd spoedig voltooid (ca. 1234) maar pas op het eind van de 14de eeuw werd het schip voltooid. Het koor bevat een groot aantal gebrandschilderde ramen, de omvangrijkste cyclus uit de 13de eeuw na Chartres en Bourges. De portalen van de hoofdfaçade zijn rijk versierd en stammen uit de 13de en 14de eeuw. Ze zijn indrukwekkend door hun mooie sculpturen en interessante reliëfs.
Ste.-Magnance
In de het dorp Ste.-Magnance bevindt zich de kerk die aan deze
heilige is gewijd. Zij was een leerling van Sint Germanus van Auxerre († 448; feest 31 juli), en volgde hem overal om hem te verzorgen. Zo was zij erbij toen Germanus stierf in de Italiaanse stad Ravenna. Zij behoorde tot de vrouwen die zijn lichaam naar Gallië hebben teruggebracht. Zelf stierf ze kort daarna in de bossen vlakbij dit dorp (dat toen nog niet zo heette). In de kerk kan men een 12de-eeuwse gebeeldhouwde sarcofaag bewonderen waarop scènes uit haar leven staan afgebeeld. De stijl van deze beeldhouwkunst sluit aan bij die van Cluny en Autun.
heilige is gewijd. Zij was een leerling van Sint Germanus van Auxerre († 448; feest 31 juli), en volgde hem overal om hem te verzorgen. Zo was zij erbij toen Germanus stierf in de Italiaanse stad Ravenna. Zij behoorde tot de vrouwen die zijn lichaam naar Gallië hebben teruggebracht. Zelf stierf ze kort daarna in de bossen vlakbij dit dorp (dat toen nog niet zo heette). In de kerk kan men een 12de-eeuwse gebeeldhouwde sarcofaag bewonderen waarop scènes uit haar leven staan afgebeeld. De stijl van deze beeldhouwkunst sluit aan bij die van Cluny en Autun. Fontenay
Het cisterciënzerklooster van Fontenay is in drie opzichten bijzonder: het is prachtig gelegen, het heeft een strenge maar harmonieuze architectuur en het is het best bewaarde voorbeeld van de vroege cisterciënzer architectuur. De kloosterkerk ademt geheel de geest en idealen van Bernardus van Clairvaux op wiens initiatieven de bouw teruggaat.
De abdijkerk werd gebouwd tussen 1139 en 1147, evenals een deel van de aansluitende kloostergebouwen. De kerk heeft een lang drieschepig schip, een rechtgesloten koor en geen torens. Het tongewelf in het schip en de scheibogen zijn spitsbogig. In de zijbeuken zien we dwarsgeplaatste tongewelven. Het interieur is van een indrukwekkende, strenge grandeur. Er is geen lichtbeuk, maar er komt voldoende licht door de vensters in de zijbeuken en de ramen in de oostelijke muur van het koor. Er is geen enkele decoratie aangebracht, noch op de kapitelen, noch op de timpanen. .jpg)
.jpg)
Dit zou de monniken maar afleiden van het gebed. De kloostergebouwen ademen eenzelfde gestrengheid, die de sfeer van werken en bidden onderstreept. De plattegrond van het kloostercomplex komt heel dicht bij de ideale plattegrond zoals Bernardus hem voor ogen had.
Dat een groot deel van het complex nog zo gaaf bewaard is gebleven danken we aan het feit dat het na de Franse Revolutie verkocht werd om er een papierfabriek van te maken. Verwoesting bleef daardoor uit. Sinds 1820 is het complex in familiebezit en in de loop van de twintigste eeuw zijn grote restauratieprojecten gestart. De abdij staat sinds 1981 op de werelderfgoedlijst van de Unesco.
Vausse
Verscholen in de uitgestrekte bossen rond Châtel Gérard ligt de kleine Prieuré de Vausse. Deze cisterciënzer uithof (boerderijcomplex met kloostergebouwen) werd aan het begin van de dertiende eeuw gesticht
door Anséric van Montréal. Tot in de vijftiende eeuw kende deze priorij een gestage bloei, maar in de zestiende eeuw liep het aantal monniken terug en raakte het complex in verval. Dankzij de nazaten van de familie Petit, in wier handen het complex bij de Franse revolutie kwam, worden de gebouwen nog steeds onderhouden. We kunnen de kloostergang, een gedeelte van de kerk en de omliggende schuren nog bezichtigen.
door Anséric van Montréal. Tot in de vijftiende eeuw kende deze priorij een gestage bloei, maar in de zestiende eeuw liep het aantal monniken terug en raakte het complex in verval. Dankzij de nazaten van de familie Petit, in wier handen het complex bij de Franse revolutie kwam, worden de gebouwen nog steeds onderhouden. We kunnen de kloostergang, een gedeelte van de kerk en de omliggende schuren nog bezichtigen.In Pontigny bevindt zich het in 1140 gestichte klooster van de Cisterciënzers, de tweede stichting vanuit Citeaux. Het is een van de vijf moederkloosters van deze orde. In 1145 startte men met de nieuwbouw van de abdijkerk, waarvan het rechtgesloten koor rond 1155 en het schip met kruisribgewelven rond 1180 werd voltooid. 

In 1186 werd het koor vervangen door een gotisch koor met omgang en straalkapellen (aan de buitenzijde recht gesloten). De kerk is zeer groot: 108 meter lang en een transept van 52 meter breed. Zoals in alle cisterciënzer kerken treft men er geen bouwsculptuur aan. In tegenstelling tot Fontenay bezit de kerk een lichtbeuk waardoor de kerk een zeer heldere indruk maakt. De abdijkerk van Pontigny is een duidelijk voorbeeld van hoe de Cisterciënzer architectuur spoedig na de bouw van Fontenay leidde tot de overgang naar de gotische architectuur.
Wilt u meer informatie over romaanse kunst of over Vézelay kunt u op onderstaande links klikken:
www.art-roman.net http://mydas.ath.cx/bourgogneromane/accueil.htm
www.art-roman.net/bourgogne/bourgogne.htm
www.art-roman.net/bourgogne/bourgogne.htm