**************************************************************************************************************************************************De De Morvan
Officieel Natuurpark
In 1970 werd de Morvan uitgeroepen tot een officieel natuurpark, het ‘Parc Naturel Régional du Morvan’. De 64 deelnemende gemeenten wilden met dit initiatief enerzijds de fauna en het natuurschoon beschermen en anderzijds de oude tradities van deze zo dunbevolkte streek van Bourgondië behouden. In het Parc du Morvan wonen ongeveer 36.000 mensen op een oppervlakte van 175.000 ha. Dat is nog geen 5 inwoners per ha (10.000 m).

Geschiedenis
De bewoningsgeschiedenis van de Morvan gaat terug tot in de paleolithische tijd (tussen 80.000 en 30.000 voor Christus). In de Romeinse tijd versloegen de legers van Julius Caesar de Galliërs bij Alesia (52 voor Chr.). Het gebied werd ingelijfd bij het Romeinse rijk met Autun (het door keizer Augustus gestichte Augustodunum) als hoofdstad. De aan de rand van de Morvan gelegen plaatsen als Vézelay, Saulieu, Autun en Avallon kenden in de middeleeuwen een grote bloei dankzij hun bedevaartskerken. De mensen in de meer onherbergzame gebieden konden nauwelijks van die welvaart profiteren. Vanaf de 16de eeuw konden zij enig inkomen verwerven door de flottage, het transport over water van stookhout uit de bossen van de Morvan naar Parijs. Voor dit doel werden in de Bourgogne ook een aantal kanalen gegraven. Aan de flottage kwam een eind toen
Parijs op het eind van de 19de eeuw overging van het stoken met hout op stoken met kolen. Een andere bron van inkomsten was de galvache, het transport op ossenkarren van allerlei producten naar lager gelegen gebieden. In de 19de eeuw verhuurden de zogenaamde nourrices (minnen) zich aan rijke Parijse dames, die hun kinderen niet zelf wilden voeden.
.jpg)
Er bestaat een Bourgondisch gezegde dat zegt: Du Morvan ne vient ni bon vent, ni bons gens (er komt uit de Morvan geen goede wind en er komen ook geen goed mensen vandaan). Het zegt iets over het misplaatste superioriteitsgevoel van de rijke Bourgondiërs, vooral uit de wijnstreken, tegenover de destijds zeer arme bevolking van de Morvan.
De natuur
De Morvan bestaat uit een heuvelachtig landschap dat een uitloper is van het Centraal Massief in midden-Frankrijk (Auvergne). In het noorden, waar ook Marigny L’Église ligt, bevindt zich de Bas-Morvan met een maximale hoogte van ca, 600 meter. In het zuiden ligt de Haut-Morvan, met als hoogste toppen de Mont Beuvray (821 meter) en de Haut-Folin ( 901 meter). De bodem bestaat voor een groot geel uit graniet en vulkanisch gesteente. Het meest noordelijke gedeelte in de buurt van Vézelay is kalkrijk en vruchtbaar met veel fruitbomen en wijnbouw. Het centrale gedeelte is waterrijk, met veel meren. In het zuiden is de helft van de streek bebost met beukenbomen, eikenbomen en veel naaldwoud. Er vindt daar een grote productie van kerstbomen plaats.
Het landschap in de noordelijke Morvan wordt gekenmerkt door glooiende heuvels, bezaaid met weides en doorsneden door zacht kabbelende of woest bruisende riviertjes.
.jpg)
De weides met zijn vele witte Charolaisrunderen zijn omgeven met boomwallen en groepjes bomen en struiken. Ook treft men er dichte loof- en naaldbossen aan. De belangrijkste rivieren komen uit in grote stuwmeren met verschillende functies: toeristisch belang, drinkwatervoorziening, opwekking van elektriciteit en rustplaats voor trekvogels.

De fauna en flora kennen een grote diversiteit. Het gebied wordt daarnaast gekenmerkt door stilte. De lucht in de Morvan is de zuiverste van Europa.
'De Morvan: dit gebied kent nauwelijks verbindingswegen, zweert bij tradities en legenden, hecht meer geloof aan de plaatselijke kwakzalver dan aan de moderne geneeskunde en de priester. Het is een land waar bronwater opwelt, waar de ondergrond grillig is en waar elk dorp een geïsoleerd bestaan leidt, met zijn eigen habitat, zijn eigen cultuur en zijn eigen dialect', aldus Pierre Destray in het blad L'Illustration, 1923.
De Morvan is in meerdere opzichten interessant. Het ontwikkelde zich van een geïsoleerde regio, die in economisch opzicht gericht was op het gebied buiten de Morvan, tot een geliefd natuurpark, waar men zijn uiterste best doet om de ambitie van ecologisch ondernemen waar te maken. Ruimtelijk onderscheidt het gebied zich van de omringende mergel- en kalklandschappen van Bourgondië door een hogere ligging (tot 900 meter), een bijzonder reliëf, een granieten ondergrond met dientengevolge arme bodems en een ander neerslagregime. Het dominerende bodemgebruik is daaraan aangepast en bestaat overwegend uit veeteelt en bosbouw: de helft van de oppervlakte van de Morvan is bedekt met bossen. Aan de rand van het massief zijn zogenaamde poortsteden ontstaan (Avallon, Saulieu, Autun, Château-Chinon) die de toegang tot deze 70 km lange en 50 km brede geologische opduiking vormen. In de Morvan zelf zijn kleine dorpen en gehuchten de karakteriserende nederzettingsvorm. Rondom de Morvan ontwikkelde zich in de Middeleeuwen een grootse cultuur met beroemde abdijen en kloosters zoals: Vézelay Corbigny, Avallon en Saulieu.De directe omgeving van het dorp Marigny l'Église, de lage Morvan, is een veehouderijgebied met weiden op de glooiende hellingen, waar de beroemde Charolais-runderen grazen, en bossen op de steilere heuvelranden. De bosbouw van de Morvan oriënteert zich steeds vaker op de teelt van naaldbomen, waaronder kerstbomen. Landschappelijk eist dat z’n tol in de vorm van grotere eentonigheid en verarming van flora en fauna.
De Morvan daalt naar het noordwesten langzaam af en de rivier de Cure, die zich sinds mensenheugenis in het gesteente ingeslepen heeft, speelt tegenwoordig een belangrijke rol in de ontwikkeling van het wildwatertoerisme, de elektriciteits-opwekking, de regulering van de afwatering en de drinkwatervoorziening van Parijs. In vroegere eeuwen zijn op strategische plaatsen langs de Cure indrukwekkende kastelen ontstaan zoals Chastellux sur Cure, waar de seigneurs in naam van de koning het
bestuur organiseerden.
bestuur organiseerden. Een doorbraak van de Cure door het gesteente resulteerde in een geologisch uitzonderlijk fenomeen: de Roche Percée bij Pierre Perthuis. Net even buiten het massief ziet de prestigieuze basiliek van Vézelay majestueus over het dal van de Cure. Daarmee is Vézelay een van de noordelijke poortsteden van de Morvan.
In het centrale deel van de Morvan zetelt in St. Brisson het Maison du Parc, hoofdvestiging van het regionaal natuurpark van de Morvan, een van de veertig regionale natuurparken die Frankrijk rijk is. Op de panelen in het museum wordt in het Maison des Hommes et des Paysages de geschiedenis van de bestaansmiddelen en opeenvolgende landschappen van de Morvan uitgebeeld.
In het Écomusée Maison Vauban in St. Leger Vauban
wordt in de vitrines het visionaire talent van Vauban getoond. Maarschalk Vauban was niet alleen een beroemd vestingbouwer. Hij hield zich ook bezig met de ellendige omstandigheden waarin vele van zijn streekgenoten leefden. Zijn visie op de oorzaak van de armoede en zijn originele oplossingen voor de problemen in de Morvan zijn nog steeds actueel.
wordt in de vitrines het visionaire talent van Vauban getoond. Maarschalk Vauban was niet alleen een beroemd vestingbouwer. Hij hield zich ook bezig met de ellendige omstandigheden waarin vele van zijn streekgenoten leefden. Zijn visie op de oorzaak van de armoede en zijn originele oplossingen voor de problemen in de Morvan zijn nog steeds actueel. In het zuiden zijn de toppen van de bergen in de hoge Morvan rond de dorpen Anost en Ménessaire ca. 800 meter hoog. Geomorfologie en bodemgebruik zijn hier aanmerkelijk anders dan in de meer open, glooiende noordelijke Morvan. Toerisme is hier vandaag de dag de belangrijkste bestaansbron. In het Maison des Galvachers (Anost) en Maison du Seigle (Ménessiare) worden de bestaansmiddelen van vroeger gevisualiseerd.
********************************************************************************************************************************************
Voor meer informatie over Marigny l'Église en het Parc du Morvan kunt u op een van onderstaande links klikken: